Fokreglement

FORMAT VFR 20140109 TMC reactie Raad van Beheer 20141130 DEF

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

WIJZIGINGEN FOKREGLEMENT VOOR DE
TIBETAANSE MASTIFF D.D. 12-05-2012

De wijziging is grijs gearceerd.

Dit reglement bevat de bepalingen van het fokreglement verbonden aan de inschrijving van honden van het ras “Tibetaanse Mastiff” in de Nederlandse hondenstamboekhouding.

1. Doelstelling
Dit fokreglement is gericht op het in stand houden, bewaken en bevorderen van de gezondheid, het karakter en het welzijn, alsmede van de rastypische eigenschappen van de Tibetaanse Mastiff.

2. Algemeen
De fokker, die in aanmerking wil komen voor een stamboomcertificaat met certificering voor zijn Tibetaanse Mastiffs, dient zich schriftelijk akkoord te verklaren met, en te handelen naar, de bepalingen die zijn vastgesteld in dit reglement. Hiervoor dient het document clubfokkersverklaring van het bestuur van de Tibetaanse Mastiff Club te worden ondertekend.

2.1.
Beide ouderdieren moeten tot hetzelfde ras behoren en dienen te zijn ingeschreven in het Nederlandse hondenstamboek, in het afstammingsregister of in de bijbehorende bijlagen. In het geval dat de vaderhond van een in het buitenland woonachtige eigenaar is moet die in een door de F.C.I. erkende buitenlandse stamboekhouding zijn ingeschreven.

3. Fokkerij

3.1.
De teef mag ten tijde van de dekking niet jonger zijn dan 18 maanden. De teef mag niet meer worden gedekt na de dag waarop ze 96 maanden oud wordt. Daarbij mag de teef bij de geboorte van het eerste nest niet ouder zijn dan 72 maanden. De minimale leeftijd van de reu, ten tijde van de dekking, dient tenminste 14 maanden te bedragen. De voorgenomen dekking wordt gemeld bij fokbeleid van het bestuur.

3.2.
Een teef mag slechts één nest per 12 maanden voortbrengen met dien verstande, dat de periode tussen de laatste werpdatum en de daaropvolgende dekking tenminste 10 maanden moet bedragen.
Als een teef een worp van 8 pups of meer heeft gehad, dient men tenminste 18 maanden te wachten tot de volgende dekking. In het geval dat een teef een nest krijgt met maar 1 of 2 puppies, mag er bij de volgende loopsheid een dekking plaatsvinden.
Een teef mag gedurende haar leven maximaal 4 nesten krijgen.

3.3.
Een reu mag maximaal 2 nesten per kalenderjaar voortbrengen in Nederland (met een totaal maximum van 8 nesten gedurende zijn leven).
Als een reu in het vorige fokseizoen 2 keer gedekt heeft, maar er zijn wel teven “leeg”gebleven, mag hij deze dekkingen in het nieuwe fokseizoen buiten de twee “nieuwe” keren overdoen.

3.4.
Beide ouderdieren mogen niet met elkaar in relatie staan als (half)broer- (half)zuster, ouder-kind of grootouder-kleinkind.

3.5.
De combinatie van dezelfde reu en teef (dezelfde oudercombinatie), mag maximaal één (1) maal herhaald worden.

3.6
De moederhond bevalt in een werpkist in een huiselijke situatie (met uitzondering voor keizersnede), heeft voldoende ruimte om zich in de kraamkamer te verplaatsen, haar behoefte buiten het nest te doen en heeft mogelijkheid tot een ligplaats buiten bereik van de pups. De werpkist en omgeving wordt regelmatig gereinigd en ontsmet.

3.7
De fokker biedt optimale zorg aan de moederhond en het nest in de vorm van voeding, hygiëne, medische hulp, ruimte, tijd en aandacht.

3.8
De pups groeien op in een huiselijk omgeving.

3.9
Er zijn voldoende mogelijkheden genomen om zorg te dragen voor een goede socialisatie van de pups. De fokker moet ervoor zorgen dat de pups voor de 8 weken al met zoveel mogelijk zaken op een positieve manier in aanraking zijn geweest.

3.10
De pups hebben voldoende speel en loopruimte en deze plek wordt zeer regelmatig schoon gemaakt, gereinigd en ontsmet.

3.11
De fokker zal zorg dragen voor DNA-profiel registratie van de pups, een deugdelijke ontworming en inenting van de pups, volgens gangbare veterinaire inzichten, en voor een volledig door de dierenarts ingevuld vaccinatieboekje (EU dierenpaspoort). De pups mogen niet eerder worden afgeleverd dan op de leeftijd van 8 weken.

4. Gezondheid

4.1.
Beide ouderdieren dienen over een goede lichamelijke gezondheid te beschikken en DNA-profiel geregistreerd zijn (zie tevens bij 4.2.e). Kopieën van de DNA-profielen van ouderdieren en de daaruit voortkomende pups dienen te worden opgestuurd naar de commissaris fokbeleid van het bestuur.

4.2. Gezondheidsonderzoek
De gezondheidsuitslagen van de hieronder genoemde onderzoeken, zowel van de reu als van de teef, moeten voorafgaande aan een dekking naar de commissaris fokbeleid van het bestuur worden opgestuurd. Ook de stambomen van de betreffende honden dienen tegelijkertijd te worden meegezonden.

4.2.a. HD-onderzoek
Toegestaan voor de fok: HD-A; HD-B; HD-C. Met HD-C mag alleen gefokt worden in combinatie met een hond met HD-A of (HD-B).

4.2.b. Oogonderzoek
P.R.A. dient één maal per jaar of vóór dat een nest wordt gefokt gecontroleerd te worden. Alleen honden met een negatieve uitslag mogen voor de fok ingezet worden. Het onderzoeksresultaat na de leeftijd van 6 jaar heeft een definitief karakter.

4.2.c. Schildklieronderzoek
De reu dient voordat hij dekt, onderzocht te worden op hypothyreoïdie. De schildklier testen hiervoor zijn de T4 en TSH testen. In twijfelgevallen dient tevens de vrije T4 onderzocht te worden. Voordat de teef wordt gedekt dient zij tevens getest te worden op hypothyreoïdie zoals boven omschreven.
De uitslag van het schildklieronderzoek is één jaar geldig.

4.2.d. Uitgesloten voor de fok
Uitgesloten voor de fokkerij zijn kreupele honden, beiderzijds dove honden, beiderzijds blinde honden, honden met extreme angst en/of agressief bijtgedrag, honden met: HD-D en HD-E (botafwijking 3), honden lijdend aan epilepsie, honden lijdend aan generaliseerde vorm van demodex, PRA en cataract, honden lijdend aan hypothyreoïdie, boven- en onderbeet.
Geïmporteerde honden van buiten Europa dienen gecontroleerd te worden op Bruccelosis Canis.

4.2.e Gezondheidsonderzoeken buitenlandse dekreuen
DNA-profielregistratie:
Voor de dekreuen die in het buitenland verblijven en die nog geen genetische DNA-code ISAG 2006 hebben (DNA profiel registratie) moet het is het volgende van belang (het kan zijn dat de eigenaar van de reu alsnog bereid is om de hond DNA profiel te laten registreren).
In ieder geval moet:
– De staalafname verplicht gedaan worden door een erkende dierenarts, die tevens een verklaring afgeeft dat hij de desbetreffende hond aan de hand van de chip heeft geïdentificeerd (kopie gaat naar clubfokker die deze opstuurt naar fokcommissie).
Mocht er geen laboratorium zijn in het land waar de reu verblijft, dan kan
de dierenarts het materiaal door sturen naar het van Haeringen Laboratorium;
– De analyse wordt door het Van Haeringen Laboratorium gedaan.
(meer informatie over hoe e.e.a. te regelen kunt u navragen bij de commissaris fokbeleid).
Verder gelden dezelfde gezondheidseisen als voor de Nederlandse fokdieren.

5. Exterieur
Beide ouderdieren dienen in het algemeen behoudens enkele onvolkomenheden, die het ideale rasbeeld verstoren, aan de geldende rasstandaard te voldoen. Zij dienen op een door de Raad en/of FCI gereglementeerde expositie minimaal de kwalificatie 2 keer ZG te hebben behaald waarvan één bij een rasspecialistische keurmeester.
In bijzondere gevallen kan van de bovenstaande regel worden afgeweken, en kan dispensatie worden gevraagd bij het bestuur; de hond moet dan worden aangekeurd door 2 keurmeesters (beiden rasspecialist) en de kwalificatie rastypisch behalen.
De honden uit het buitenland dienen op een door een FCI gereglementeerde expositie minimaal de kwalificatie 2 keer ZG te hebben behaald. Als een hond geen shows heeft gelopen, dan dient deze in het land van herkomst door een FCI keurmeester te worden aangekeurd. Een kopie van dit rapport dient dan te worden opgestuurd aan het Bestuur, deze zal dit vervolgens voorleggen ter beoordeling aan een rasspecialistische keurmeester van de Raad van Beheer. Aan de hand van deze beoordeling wordt vervolgens toestemming verleend voor de dekking.

6. Clubfokkerschap

6.1. Deelname aan activiteiten van de TMC
Een fokker dient minimaal 2 jaar lid te zijn van de TMC om in aanmerking te komen voor het clubfokkerschap. Een fokker dient minimaal 1 x per jaar de fokkers-vergadering van de TMC bij te wonen.* Een clubfokker neemt deel aan de TMC clubshows al dan niet vergezeld van hun hond(en). Een clubfokker neemt deel aan eventuele cursussen uitgeschreven door TMC of Raad van Beheer.
Een clubfokker participeert aan DNA onderzoek.
*Uiteraard wordt rekening gehouden met het plannen van een fokkersvergadering met het fokseizoen van de Tibetaanse Mastiff. Bij uitzondering kan het voorkomen dat niet elk jaar een vergadering wordt gehouden.

6.2. Melden Puppies en nesten
Wanneer een clubfokker een nestje heeft dient hij/zij dit door te geven aan de pup-bemiddeling en tevens aan de webmaster. Hij/zij dient elke 4 weken wederom aan voornoemde personen door te
geven hoeveel pups hij/zij nog heeft. Zijn er na 12 weken nog pups beschikbaar, dient hij/zij dit tevens door te geven.
De fokker zal per email een geboortebericht doorgeven aan de webmaster.
De webmaster zal zorg dragen dat de overige clubfokkers hiervan op de hoogte worden gesteld. Wanneer een clubfokker benaderd wordt met de vraag om een puppy, en hij/zij heeft op dat moment voldoende aanvragen of geen puppies van het juiste geslacht/kleur maar een andere clubfokker wel, dient hij/zij in eerste instantie naar de desbetreffende clubfokker door te verwijzen. (Uiteraard geldt dit niet voor aanvragen, maar meer als men weet dat een clubfokker nog met puppies zit en geen aanvragen meer heeft). Een clubfokker adverteert volgens de door de TMC vastgestelde advies puppy prijs. Een clubfokker gebruikt het koopcontract van de Raad van Beheer eventueel in combinatie met een eigen contract. Een clubfokker geeft aan de eigenaar van een puppy, de puppydocumentatie en de welkomsbrief van de TMC mee.

7. Sancties

Bij in gebreke blijven van de fokker gelden de volgende maatregelen:
De fokker moet aantonen bij het bestuur waarom men zich niet heeft gehouden aan het fokreglement van de TMC. Het bestuur zal in overweging nemen in hoeverre dit accepteerbaar is.
Als strafmaatregel staat ter beschikking:
-Een schriftelijke waarschuwing.
-Uitsluiting van deelname aan clubmatches.
-Uitsluiting van deelname aan Jongehondendag.
-Uitsluiting als clubfokker voor 1 jaar, (dus geen vermelding op website, clubblad etc).
-Bij herhaling uitsluiting voor 5 jaar.
-Schorsing als lid voor 2 jaar of onbepaalde tijd.